‘Iedereen die de wetenschap ingaat, doet dat voor de hartstocht’

26 maart 2018|Posted in: Artikel, DUB.nl, Interview

De schoonheid van de wetenschap wordt bedreigd door de werkdruk, het rendementsdenken en de hoeveelheid regels. Dat stelt een aantal Utrechtse wetenschappers. Vrijheid vormt de zuurstof voor het wetenschappelijke vuur. Dit is het eerste verhaal waarvan het onderwerp is aangereikt door oud-rector Bert van der Zwaan.

“Wat ik steeds meer ben gaan missen aan de universiteit is aandacht voor schoonheid”, schrijft hoogleraar Beatrice de Graaf eind januari in een blog op NRC. “Ik ben niet de wetenschap ingegaan om afgerekend te worden op fondsenwerving, aantallen publicaties of de mate waarin studenten niet over mij klagen. Waarom schroeven we de zuurheid, bitterheid en het nutsdenken niet terug, en springen we niet meer op de bres voor schoonheid in de wetenschap?”
“We laten ons zo opjagen door de vreugdeloze noodzaak”, licht De Graaf toe als ze tussen twee afspraken twintig minuten de tijd heeft. “Soms heb je de ene beurs nog niet binnen en moet je al beginnen met de aanvraag voor de volgende. Dan vraag ik mij weleens af: waar doe ik het voor?” Want schoonheid “ga je pas zien als je stilvalt, en niet meer denkt in termen van productie en kwantiteit”. En juist in het schone zit voor haar het pure geluk. Sterker nog, het voor haar de reden geweest om te kiezen voor een universitaire loopbaan. “Ik denk dat iedereen die de wetenschap ingaat, dat doet voor de harstocht.”

“Vrijheid resulteert in mooiere dingen”
Ralph Meulenbroeks die naast universitair docent  wis-natuurkunde ook musicus is, herkent zich in het betoog van De Graaf. “De werkdruk binnen de universiteit neemt steeds verder toe. Ik denk dat iedereen die hier werkt dat herkent. De wetenschap is een enorme ratrace geworden. Terwijl ik ervan overtuigd ben dat mensen mooiere dingen maken als ze de vrijheid krijgen om hun intrinsieke waarde en motivatie te volgen. Ik denk dat dingen lelijk worden als je mensen in structuren dwingt of perst. Natuurlijk heeft een universiteit met zo veel mensen een vorm van bureaucratie nodig en moet het geld grofweg verantwoord worden, maar tijdschrijven vind ik echt één van de lelijkste dingen. Ik vind het bizar dat ik nu over schoonheid zit te praten en en mij vervolgens moet verantwoorden voor de tijd die dit kost.”

Meulenbroeks zou willen dat de UU het voorbeeld van Google volgt. “Daar had iedere fulltime medewerker één dag in de week de tijd om bezig te zijn met dingen die volstrekt niet met het werk te maken hebben.”Alle goede ideeën bleken in die tijd te zijn bedacht. “Ik zou het al mooi vinden als je bij de universiteit ook 10 procent van je werktijd vrij mag besteden. Ik merk dat mensen te weinig tijd hebben om te lezen en na te denken.”

Creativiteit overvalt je niet als je achter je computer mails zit weg te werken
Het is een teken van armoede dat Meulenbroeks om 10 procent vraagt, zegt onderwijsinnovator van biomedische wetenschappen Marc van Mil die in 2017 door het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) werd verkozen tot Docent van het Jaar. “Je zou denken dat een wetenschapper 80 procent van zijn tijd kan gebruiken om na te denken, te dromen, te lezen en te discussiëren. Maar dat vertrouwen van de werkgever is niet meer vanzelfsprekend, want er zijn zo veel belangen. Als er iets misgaat dan hangt de hele organisatie en niet alleen de wetenschapper zelf. Maar als je alles wil reguleren dan gaat er misschien nooit iets mis, maar gebeurt er ook nooit iets heel bijzonders. Als ik terugkijk dan is alles wat ik bedacht heb en succesvol bleek te zijn, begonnen onder de douche. Creativiteit is gebaat bij vrijheid, onverwachte dingen en nieuwe impulsen. Die krijg je niet achter je computer.”

Hoogleraar Arbeidseconomie Joop Schippers kan zich vinden in het idee dat schoonheid zich openbaart in het onverwachte. “Het mooie zit in de verrassing van een samenwerking of ontmoeting. Dat een collega net iets anders inbrengt dan je zelf had bedacht. Ik heb dat vooral vaak met mensen van een andere discipline. Maar dat heeft er misschien ook mee te maken dat mijn eigen vakgebied heel erg op scoren gericht is. Naarmate de focus meer op scoren ligt, wordt de ruimte voor het mooie kleiner. Om het in sporttermen te formuleren: als je tijdens een voetbalwedstrijd als doel stelt om drie punten te halen, dan maakt het niet uit of die doelpunten mooi of lelijk zijn. Maar als het niet om die drie punten gaat, dan kun je ook een keer een ander een doelpunt laten maken. En dat is misschien wel mooier dan jij had gekund.”

Studenten kunnen niet meer met mij zitten en genieten
Ook studenten hebben het vaak te druk om de schoonheid in de wetenschap te zien, stellen de vier wetenschappers. De Graaf: “Ik merk zo veel stress bij hen. Ze kunnen niet rustig met mij zitten om te genieten van de geschiedenis.” Volgens de hoogleraar komt dat bijvoorbeeld doordat studenten zich geen studievertraging meer kunnen veroorloven. Ze zijn, om in de voetbaltermen van Schippers te blijven, gericht op het maken van voldoende doelpunten voor hun diploma. De universitaire vorming vindt daardoor plaats in een snelkookpan, terwijl schoonheid ontstaat door wat sudderen. Meulenbroeks: “Bij colleges heb ik weleens het gevoel dat ik de stof er in korte tijd in moet pompen. Alleen dat woord verdient al geen schoonheidsprijs.” De Graaf: “Iemand die op mijn column reageerde zei dat je schoonheid ervaart als je na tijden een berg op klauteren, op de top staat en denkt: Wow! Die ‘wow’ heb je echter alleen nadat en omdat je die berg op bent geklauterd.”

Volgens Schippers ligt dat echter niet alleen aan studenten die minder tijd hebben of nemen voor het ontdekken van (zij)paden, maar ook aan de invulling van het huidige onderwijs. “We zijn naar een systeem overgestapt waar nformatie in hapklare brokken wordt aangeboden. Daardoor mis je die ontdekkingsreis.” Ook Van Mil denkt dat de focus in colleges te vaak op kant-en-klare antwoorden ligt, terwijl wetenschappelijke schoonheid voor hem juist over vragen gaat. “Wat ik persoonlijk mooi vind, is het besef dat elke vraag, nieuwe vragen oplevert en dat je je steeds weer realiseert hoeveel je niet weet. Dat gevoel probeer ik bij studenten ook aan te wakkeren, maar dat wordt ondermijnd door ons huidige systeem. Het is bijvoorbeeld moeilijk om een toets af te nemen waarbij je vraagt: ‘Welke vragen roept dit bij je op?’. Want waarom waardeer je de ene vraag meer dan de andere? Het vergt daarbij lef om studenten uit te nodigen om te onderzoeken en vragen te stellen. Want dan komt er misschien een punt waarop je als docent moet zeggen: ‘Dat weet ik niet’. Dan maak jij jezelf heel kwetsbaar.”

Schoonheid is een risicofactor
Het is een herkenbaar beeld voor pre-masterstudent Wiskunde Laura Cromzigt: “Op de universiteit lijken de vragen voor een student vaak al klaar te liggen, als doelen die vanzelfsprekend zijn, waarbij je alleen nog maar moet leren de juiste middelen in te zetten om die doelen te bereiken. De efficiency waarmee je die voorgeschreven doelen bereikt, is datgene waarop je beoordeeld wordt; waar je cijfers en studiepunten vanaf hangen. Het bevragen van iets anders is onbeoordeelbaar, dus slecht voor je studievoortgang. Verdwalen in de grote wereld is vertragen en veel studenten kunnen zich dat niet veroorloven. Schoonheid is daarom een risicofactor.”


Schoonheid is meer dan vrijheid
Schoonheid vind je niet alleen in vrijheid, zo blijkt uit gesprekken. Het schone kan ook een mooie formule op een krijtbord zijn, de bevlogenheid van een student of de nieuwe inzichten die anderen soms geven. Vijf UU’ers vertellen over wat zij mooi vinden.

Gönül Dilaver, universitair hoofddocent en programmacoördinator master Biomedische Wetenschappen: “Er zijn vele vormen van schoonheid te vinden in de wetenschap, maar een aspect dat mij erg aanspreekt is het feit dat het waardevrij is. Het uitgangspunt dat in het wetenschappelijke debat en onderzoek alleen feiten tellen en niet leeftijd, geslacht of culturele achtergrond van de wetenschapper. Ik heb dat zelf als student en later als promovendus mogen ervaren. Vanuit mijn achtergrond was het niet vanzelfsprekend dat ik ging studeren, maar op de universiteit speelde mijn achtergrond nauwelijks een rol. Ik werd beoordeeld op mijn cijfers en later op mijn onderzoek en niet op het feit dat ik geen Nederlands klinkende achternaam had.”
Margot Koster, UU docent van het Jaar en universitair docent biologie: “In één gram grond zitten meer dan een miljoen bacteriën en ons lichaam bestaat uit meer bacteriële dan humane cellen. Dat vertel ik mijn studenten heel vaak. Deze onzichtbare wereld heeft namelijk een enorme impact op ons mensen. Het bepaalt onze gezondheid en zelfs ons mentale welbevinden. Maar niet alleen mensen, ook planten, dieren en hele ecosystemen worden beïnvloed door micro-organismen. Je kunt deze onzichtbare wereld relatief makkelijk zichtbaar maken door bacteriën op te kweken tot kolonies. Ik doe dit regelmatig en kan er nog steeds van genieten. Niet alleen zijn de kleuren en de structuren van de gevormde kolonies altijd anders, maar ze laten ook zien dat sommige bacteriesoorten samenwerken, terwijl andere soorten alles om zich heen vernietigen. Een voedingsbodem met micro-organismen is een beeld dat mij nooit zal vervelen.”

Paul Boselie, hoogleraar bestuurs- en organisatiewetenschap
: “De wisselwerking tussen onderzoek, onderwijs en maatschappelijke discussies vind ik een schoonheid op zichzelf. De interactie die ontstaat bij het voorleggen van bevindingen, levert weer nieuwe inzichten op en geeft mij het gevoel niet opgesloten te zitten in een ivoren toren. Een ander geluid, een ander perspectief of een tegengeluid vormen voor mij schoonheid. Verbinding, uitwisseling en samenwerking leiden tot kruisbestuiving en kenniscirculatie. Het inter- en multidisciplinaire karakter van de strategische thema’s en focusgebieden bieden een platform voor dat soort samenwerkingen en inspiratie. Nu ontmoeten we collega’s van andere gebieden die we voorheen niet zomaar tegenkwamen.”

Laura Cromzigt, pre-masterstudent wiskunde en door DUB in 2017 genoemd als veelbelovend talent
: “Ik denk dat veel van wat we doen voortkomt uit een behoefte aan het ware, het schone en zelfs het goede. Vanuit die behoefte zijn we op zoek gegaan naar verklaringen, verbeteringen en veranderingen. Wetenschap is misschien wel de meest uitgesproken uiting van die behoefte. Ik ervaar schoonheid op de momenten dat krijtborden volgeschreven staan met formules en bewijzen. Als alle symbolen op de juiste plek staan. Als een stelling bewezen is. Ik herinner mij een bewijs dat er oneindig veel priemgetallen zijn. Erg kort en elegant, maar als het er eenmaal staat, dan staat het er. Een nieuwe ontdekking, zo kort en eenvoudig om te begrijpen, maar zo mooi. Het treffen van de kern van zo’n praktijk brengt zijn eigen schoonheid mee.”

Marc van Mil, onderwijsinnovator en landelijk docent van het jaar 2017
: “Ik zie schoonheid als studenten op eigen initiatief en uit nieuwsgierigheid iets extra’s doen en daarvoor contact zoeken met wetenschappers. Zo nodigde een groep studenten een grote Amerikaanse wetenschapper uit voor een gastcollege. Het ging om Bruce Alberts die de “bijbel”voor onze studie heeft geschreven. Ze stuurden hem een mail en op een gegeven moment stond hij hier in een collegezaal voor driehonderd mensen. Daarna zijn we met hem uit eten geweest en konden studenten hem alles vragen. Als ik die mail had gestuurd, was hij niet gekomen. Het is gewoon totaal anders als een student, of een groepje studenten, nieuwsgierig is.”

Leave a Reply


You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*