Beste docent Marc van Mil is ‘een geboren leraar’

25 april 2017|Posted in: DUB.nl, Interview

Biomedisch wetenschapper Marc van Mil werd onlangs uitgeroepen tot de beste docent van Nederland. Een portret van de man die van Utrechts docenttalent in 2014 in één klap een landelijk bejubelde onderwijzer werd.

Wat de Utrechtse biomedisch wetenschapper Marc van Mil (38) zou doen als hij Docent van het Jaar zou worden en dus een beurs van 15.000 euro zou winnen? Dan zou hij de toelatingsprocedure voor de nieuwe eerstejaars studenten laten verlopen via een DNA-test.

Studenten worden dan geselecteerd op basis van hun eindexamencijfers en een paar genetische eigenschappen. Het zou Van Mil een hoop werk schelen, vertelde hij onderwijsminister Jet Bussemaker in de voordracht waarin hij het opnam tegen vier andere potentiële docenten van het jaar.

Toen preses van de studievereniging voor biomedische wetenschappen Mebiose Max Tak dat hoorde, keek hij bestuursgenoot Marit de Kort verbaasd aan. “Max zat daar oprecht met een blik van: waar heeft hij het over?”, herinnert Marit zich. “Hij was zelfs een beetje pissig.”

Precies wat Van Mil wilde, zo bleek. “Weet u wie daar bovenin de zaal zitten?”, vroeg hij Jet Bussemaker. “Dat zijn mijn studenten en die zijn nu allemaal boos op mij, omdat zij zich bewust zijn van het feit dat je heel voorzichtig moet zijn met de technische mogelijkheden. Zij weten dat studenten selecteren op genetische eigenschappen dus niet ethisch verantwoord is.”

Zijn twist tijdens deze voordracht is volgens derdejaarsstudent Marit kenmerkend voor de wijze waarop Van Mil lesgeeft. Ze herinnert zich dat hij iets vergelijkbaars deed tijdens het eerste college van het vak Personalized Genetics. “Hij zei: ‘We gaan tijdens deze cursus jullie DNA sequencen – uitlezen dus. Aan het einde van de cursus krijg je daar de uitslag van. Daarom moet je nu even op dit formulier aangeven of je wilt weten welke risico’s op erfelijke ziektes je hebt’. Iedereen vulde in eerste instantie dat formulier in, maar op een gegeven moment kwamen er vragen over waar we eigenlijk voor tekenden. Pas toen vertelde Marc dat we dit niet gingen doen.”

Het is typisch de manier waarop Van Mil zijn studenten aan het denken wil zetten. De biomedicus vindt het zijn taak om niet uitsluitend wetenschappelijke kennis over te dragen. Hij wil studenten ook bewust maken van hun maatschappelijke rol, zodat zij hun impact op het individu en de samenleving overzien. Hij hoopt studenten daarom, net zoals zijn voorbeeld Bas Haring, aan het denken te zetten over grote filosofische vragen die hun vakgebied oproept.

“In de biomedische wetenschap kijken we naar cellen”, zegt Van Mil. “We hebben afgesproken dat die leven, maar dat alles wat er in die cellen zit niet-levende onderdelen zijn. Dat roept natuurlijk de vraag op: wat is leven en kun je dat creëren? Maar we houden ons ook bezig met vragen of je een embryo mag weggooien als het zich nog in het achtcellige stadium bevindt. Of hoe wenselijk het is het erfelijk materiaal van een levend wezen aan te passen? Ik zie het als mijn opdracht om studenten af te leveren die aan het einde van hun bachelor of master voldoende bagage hebben om te zeggen wat realistisch is en wat niet.”

Het is één van de thema’s die ook derdejaarsstudent Marit duidelijk is bijgebleven als ze denkt aan de colleges van Van Mil: “Marc heeft mij in zijn onderwijs het inzicht gegeven dat onderzoek onlosmakelijk verbonden is aan de maatschappij. Hij heeft mij geleerd dat alles wat wij nu onderzoeken en bedenken consequenties heeft en dat wij dat als experts moeten kunnen uitleggen.”

“Marc daagt studenten uit het meeste uit zichzelf te halen”, vervolgt Marit. Dat is één van de redenen dat zij hem de titel Docent van het Jaar gunde, maar het betekent niet dat Van Mil een allemansvriend is. “Niet alle studenten vinden Marc leuk, want hij kan vrij streng en direct zijn.”

Van Mil bevestigt dat beeld: “Het is leuk als studenten zeggen dat je een toffe peer bent, maar ik vind het belangrijker dat ze het vak dat je onderwijst snappen. Dat ze weten wat de essentie is en waarom het belangrijk is.” Hij legt daarin volgens eigen zeggen de lat best hoog voor studenten, maar hij heeft daardoor de indruk dat “studenten merken dat er juist iets te halen valt” en daarom hun best doen.

Dat Van Mil de lat hoog legt, vertelt ook Marit. Ze heeft het dan echter niet over de lat voor de studenten, maar de lat die de docent voor zichzelf heeft gelegd. “Marc is een perfectionist en weet wat hij wil. Toen hij de cursus Genoom wat een verplicht eerstejaars vak voor studenten biomedische wetenschappen is, opnieuw vormgaf, ging hij ook ’s avonds en in het weekend door. Hij doet niets half.”

Bij het vak Genoom besloot Van Mil het onderwijs vorm te geven in een flipped classroom. Hierbij werd het hoorcollege waarin studenten werden “geïntroduceerd in de stof” vervangen door zelfstudie. Studenten moesten thuis het boek en een e-module bestuderen en als ze dit hadden gedaan, werd hun kennis getoetst aan de hand van een multiplechoicetest. Alleen studenten die dat hadden gedaan, waren vervolgens welkom bij de werkcolleges. “Als studenten thuis de stof hebben bestudeerd, kun je als docent vervolgens in het kleinschalige onderwijs iets toevoegen. Dan hoef je geen tijd te besteden aan een stap die studenten zelf ook hadden kunnen maken.”

De filosofie achter die ‘omgekeerde’ lesmethode is dat Van Mil denkt dat studenten zo meer leren. “We weten dat leren een actief proces is. Je moet met de stof die je wilt leren bezig zijn en er tijd in stoppen. Als docent presenteer je tijdens een hoorcollege in feite de stof in hapklare brokken. Ik had het gevoel dat het zelf bestuderen van de stof bij zou dragen aan het begrip van de stof. Dus daarom zei ik bij Genoom: ‘Probeer het eerst maar even zelf’.

Volgens Van Mil betekent deze methode dat studenten meer tijd moeten steken in de colleges en dat vinden ze om die reden weleens lastig. “Ik denk dat ongeveer de helft van de eerstejaars studenten zei: ‘Doe mij maar een hoorcollege in plaats van zelfstudie’. En dat snap ik, want als je iemand vraagt: ‘Zal ik het voor je doen?’, zeggen veel mensen ‘Ja graag’.

Marit noemt de nieuwe leervorm “erg geslaagd”.  Volgens haar zorgt het feit dat Van Mil zich beroept op de eigen verantwoordelijkheid van studenten ervoor, dat zij meer uit het onderwijs halen. Het succes is volgens haar niet uitsluitend te wijten aan het feit dat Van Mil “met precisie coördineert”, maar ook omdat Van Mil het betrekken van studenten bij dit soort vernieuwingen als voorwaarde ziet. Hij zat volgens Marit elke week met de jaarvertegenwoordiging aan tafel om te horen hoe het ging en voerde aan de hand hiervan direct verbeteringen uit.

Onder andere door deze inspanningen werd hij tijdens de uitreiking van de Docent van het Jaar geroemd voor zijn onderwijsinnovatie. Een woord waar Van Mil het zelf moeilijk mee heeft. Geïnspireerd door de woorden van René Gude zegt hij: “We moeten dingen beter willen maken, maar we moeten niet vernieuwen om het vernieuwen. Ik wilde Genoom dus niet vernieuwen omdat het hip is, maar omdat ik dacht dat het nog beter kon.”

De beurs van 15.000 euro die hij kreeg voor onderwijsvernieuwing, wil hij gaan gebruiken om een virtuele game te laten ontwikkelen waarbij studenten ethische dilemma’s vanuit het perspectief van een arts of patiënt voorgelegd krijgen. Een manier waarop hij hoopt studenten op een leuke manier bewust te maken van de ethische kant van hun studie.

Een ander persoon die Van Mil vanuit zijn benoeming bewust hoopt te maken, is de minister van Onderwijs. Als Docent van het Jaar mag hij plaatsnemen in de nieuw op te richten Docentenkamer en de minsteren adviseren. Eén van de punten waar hij graag aandacht voor zou krijgen, is de balans tussen onderzoek en onderwijs aan de universiteit.

Volgens Van Mil ligt de nadruk nu erg op het verkrijgen van onderzoeksgeld en minder op onderwijsprestaties. “Je kansen binnen de universiteit verkleinen als je meer onderwijs geeft.” Daarbij verwijst Van Mil naar de oproep van de Wageningse hoogleraar Jan-Willem van Groeningen in de Volkskrant aan ambitieuze onderzoekers om zo min mogelijk les te geven, omdat je loopbaankansen in de wetenschap verkleinen door onderwijs te geven. Een realiteit die beiden graag anders zouden zien.

Dat Van Mil aan de UU eerst werd uitverkozen tot Docenttalent van het jaar 2013-2014 en nu de beste docent van Nederland is, lag niet in de lijn der verwachtingen. Hij wilde absoluut geen docent worden. “Mijn ouders zijn allebei leerkracht op de basisschool geweest, maar ik dacht: dat is niets voor mij. Maar toen ik tijdens mijn studie een keer taalles gaf bij een asielzoekerscentrum, bleek mij dat heel makkelijk af te gaan. Andere mensen zeiden tegen mij: ‘het lijkt alsof je dat al heel lang doet’. Mijn moeder zegt dat ze dat altijd in mij heeft gezien. Pas daarna dacht ik: misschien zou ik lesgeven wel kunnen combineren met mijn interesse voor mijn vak. Daarom heb ik aan het einde van mijn studie een aantal onderwijskundige vakken gevolgd en een onderwijskundige stage gevolgd. Ik vind de interactie met studenten heel leuk en met name dat moment dat je het kwartje ziet vallen. Mijn ouders zijn allebei apetrots dat ik nu Docent van het Jaar ben.”

Voor Marit is het ondenkbaar dat Van Mil geen docent zou zijn geworden. “Marc is een geroepen leraar. Wij zijn heel blij met hem.”

Dit artikel is geschreven in opdracht van DUB.nl; het onafhankelijke nieuwsmedium van de Universiteit Utrecht.

Leave a Reply


You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*