Een les in zelfvertrouwen tijdens college Archeologie

14 december 2016|Posted in: DUB.nl, Reportage

“Hoe gaat het lieverd?”, vraagt docent Esther Jansma als de eerste student bij het laatste college van het vak Inleiding in de Archeologie de collegezaal binnenkomt. “Volgens mij is het evolutionair bepaald dat je dit spannend vindt”, antwoordt de studente. Net als alle andere studenten moet zij vandaag een presentatie geven over een onderwerp dat ze zelf heeft uitgekozen. Een college waar Jansma zelf het meeste plezier aan beleeft.

Deze studente is zenuwachtig, waarop Jansma reageert: “Ik heb je toch verteld over mijn eerste presentatie? Hoe onveilig ik mij voelde de eerste keer dat ik dat deed. Dat ik als een jong huppedupje stond te wankelen op mijn hakken en dat ik zo stond te trillen dat het leek alsof ik een spierziekte had. En ik heb je toch ook verteld over die keer dat ik een presentatie van twintig minuten in tien minuten afdraaide? Ik liet de zaal in verbijstering achter. Wat helpt, is gaan staan en denken: ik weet het meeste van dit onderwerp af.”

“Ben jij ook zo zenuwachtig?”, vraagt Jansma als de volgende student binnenkomt. Weer volgt een bevestigend antwoord. Als het hele collegezaaltje vol is, besluit Jansma de zenuwachtige groep studenten nog even toe te spreken.

“De afgelopen weken hebben jullie gezien hoe breed het veld van de archeologie is. Hoeveel invalshoeken er op het vak zijn. Nu gaan jullie laten zien hoe breed jullie interesses zijn. Maar jullie gaan vandaag vooral stapjes maken om je veilig te voelen op een podium. Wie presenteert, krijgt een voldoende. Je zit hier vandaag, dus je hebt sowieso een voldoende.” “Oh”, klinkt het in de collegezaal. Een aantal studenten is overduidelijk opgelucht.

Studenten van verschillend pluimage
Volgens Jansma is het college waarin de studenten hun presentaties geven het leukste, omdat daarin de uiteenlopende achtergronden van de studenten naar voren komen. Het minorvak wordt gevolgd door onder andere studenten Taal- & Cultuurstudies, Geschiedenis, Bestuurskunde, Aardwetenschap, Kunstgeschiedenis, Keltisch en Sociale Geografie.

In totaal zijn er vandaag zeventien presentaties, omdat sommige studenten samen presenteren. Zo vertelt één student over de verschillende functies van de Grote Markt in Groningen, omdat hij meermaals langs de opgravingen is gelopen. Houdt een student Keltisch een vurig betoog voor archeologisch onderzoek om de zin en onzin die is ontstaan tijdens de Keltische manie van elkaar te scheiden (“Er zijn honderden boeken geschreven zonder een gram waarheid. Zuiver onderzoek zou duidelijk maken wat van die bullshit waar is.”). En vertelt een andere studente over hoe ze de geschiedenis van een kasteeltje in haar buurt heeft uitgeplozen. Daardoor blijkt het verhaal van het bouwwerk meer te zijn dan het “morbide volkssprookje” dat ze weleens hoorde tijdens Open Monumentendag.

Tips van een ervaringsdeskundige
Hoewel de onderwerpen van de presentaties uiteen lopen is er één constante factor aanwezig tijdens het vier uur durende college: de bemoedigende woorden van Jansma.  “Hebben jullie een klokje neergelegd?”, vraagt ze als Eva en Mart hun presentatie over de cholera in Utrecht beginnen. Na een andere presentatie tipt ze de studenten over hoe je je spreektempo rustig houdt onder tijdsdruk: “als er weinig tijd is om een presentatie te geven, dan ga je automatisch snel praten. Daarom moet je als je gaat staan om te presenteren even “21, 22, 23” denken. Dan zit je in een ander tempo en blijf je rustig spreken. En na weer een andere presentatie zegt Jansma: “Lekker gevoel dat je het gedaan hebt hè?! Je medestudenten zitten nog in spanning en kunnen daardoor niet horen wat jij vertelt, maar jij hebt het achter de rug”.

Als de studente die aangaf dat spanning vast evolutionair bepaald is haar presentatie heeft gehouden, spreekt ze haar even persoonlijk toe dat ze het goed heeft gedaan. Maar hoewel Jansma iedereen gerust probeert te stellen op een manier die ik zelf nooit in college heb meegemaakt, wordt er tijdens de pauze toch een studente overmand door de zenuwen. Met een aanbod om een glaasje water te halen en nog wat eigen ervaringen, stelt ze het meisje gerust.

Ze begrijpt hoe studenten een docent zien
“Ze is heel anders dan andere docenten”, vindt ook Douwe Volmerink (20) die het vak als onderdeel van de minor Archeologie volgt. “Ze is een docent die begrijpt hoe studenten een docent zien. Zoals ze vandaag is, zo was ze de hele cursus. We gingen laatst bijvoorbeeld voor een excursie naar de Domkerk. Toen gaf ze aan dat ik niet helemaal naar boven hoefde, omdat ze zelf ook hoogtevrees heeft. Het is fijn dat ze daar rekening mee houdt.”

“Ik zou willen dat ik dit in het eerste jaar had gehad”, vervolgt Douwe. Net als de meeste studenten hier is hij tweedejaars. Na een paar uur in de collegebanken bij Jansma blijf ook ik ook achter met dat gevoel. Wat zou het fijn zijn geweest om in het eerste jaar op de universiteit te leren zwemmen in het diepe onder begeleiding van een begripvolle docent zoals Jansma. Ik sprong net als zovelen denk ik, op hoop van zegen in het diepe. Douwe probeert te verklaren waarom Jansma is zoals ze is. “Ik denk dat het haar moedergevoel is. Ze heeft namelijk een zoon die net geschiedenis is gaan studeren aan de universiteit.”

Je bent meer dan een nummer
Jansma beaamt betrokken te zijn bij haar studenten. Hoewel het hoofddoel van de cursus is om de studenten inzicht te geven in de archeologie, is het vandaag haar doel om te zorgen dat haar pupillen meer zelfvertrouwen krijgen. “Dat doe ik omdat ik dat zelf gemist heb. De paar keren dat docenten meer in mij zagen dan een nummer, waren heel belangrijk voor mij. Dat heeft veel naar boven gebracht.”

Dit artikel verscheen op DUB – het digitale universiteitsblad van de Universiteit Utrecht.

Leave a Reply


You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*