Hans Warnau; “ontwerpen betekende alles voor hem”

12 september 2015|Posted in: Commerciële teksten, Interview

Tijdens gesprekken met mensen die betrokken zijn of zijn geweest bij tlu landschapsarchitecten is er één naam die met regelmaat valt; de naam van Hans Warnau. De landschapsarchitect en tevens medeoprichter van het ontwerpbureau – destijds nog bekend onder de naam Meijers, Warnau, Hofman, Kalff Tuin- en landschapsarchitecten – lijkt iedereen met wie hij in aanraking kwam te hebben beïnvloed. Zo vertelt Hanneke Toes over wat ze van Hans leerde en hoe ze hem samen met andere studenten hielp bij de inrichting van zijn tuin in Wageningen. Ook oud-medewerker Jan Kalff heeft het vaak over Hans als hij het over vroeger praat. Hans Warnau leeft niet meer, maar zijn weduwe Bep Warnau en dochter Annemarie maakten van dichtbij mee hoe hij tot zijn ontwerpen kwam. Dat gebeurde in de beginperiode tenslotte thuis, omdat het bureau daar gevestigd was. Aan de woonkamertafel vertellen ze onder andere over de denkpauzes van de man die niet beroemd wilde worden.  

Toen Hans Warnau in de jaren vijftig begon met zijn eigen ontwerpbureau woonde hij in een klein huis in Amsterdam. De woning telde maar drie kamers, dus als de landschapsarchitect op het echtelijk bed zat te ontwerpen dan sliep zijn vrouw Bep Warnau bij de kinderen. “Maar dat was alleen als ik niet mee hoefde te tekenen”, herinnert Bep zich de nachtelijke ontwerpsessies van haar man. “Ontwierp u ook?”, vraag ik de vrouw van in de negentig enigszins verbaasd. “Nee, nee”, antwoordt zij. “Ik werkte gewoon als stomme kracht”, zegt ze lachend. “Ik kleurde de tekeningen in en viel weleens in bij het typen van rapporten en de bijlagen bij tekeningen.” Dochter Annemarie voegt vanuit de keuken toe: “ik kan mij ook wel nachten herinneren waarop er lichtdrukken ergens heen moesten en dat jij dan midden in de nacht met de auto naar het station ging.” “Dat was voor twaalven”, vult Bep Warnau haar dochter aan. “Voor mij was dat midden in de nacht, want ik was nog klein.”

Het gesprek tussen moeder en dochter laat zien hoezeer het gezinsleven van de familie Warnau verweven was met het werk van de landschapsarchitect. Annemarie herinnert zich vakanties waarbij de nieuwste ontwerpen in het buitenland werden bekeken, Bep vertelt over de talloze studenten die zij van een kopje koffie voorzag als ze bij Hans op bezoek kwamen en beiden memoreren hoe de grootste kamer in het tweede huis in Amsterdam gereserveerd was voor het ontwerpbureau. Althans, totdat er een extra kinderkamer nodig was en er dus een ander onderkomen voor het bureau gevonden moest worden. Er was voor Hans Warnau geen scheiding tussen werk en privé, beamen moeder en dochter. Hij legde niet om vijf uur zijn tekenspullen neer en ook in het weekend werd er weleens gewoon doorgewerkt. “Hij werd helemaal opgezogen in zijn werk”, vertelt Bep. “Of dat nou tot acht uur duurde of tot negen uur, dat had hij helemaal niet in de gaten. Ontwerpen betekende alles voor hem. Het was zijn leven zou je kunnen zeggen. Ja dat is denk ik het enige antwoord dat je kunt geven op de vraag wat ontwerpen voor hem betekende.” Hans Warnau kon echter zo in zijn werk opgaan dat grenzen vervaagden en hij soms volledig instortte na zo’n creatieve periode. “Hij had geen grenzen”, vertelt Annemarie, “dus dat werd hem weleens te veel.” “Ja maar zet dat maar eens stop. Dat ging niet”, vult Bep haar dochter aan.

“Het ontwerpen was niet alleen belangrijk voor hem, hij was ook belangrijk voor het ontwerpen”, vervolgt dochter Annemarie. Hoewel ze toegeeft dat ze tot dat laatste besef pas is gekomen door wat anderen zeiden over het werk van haar vader. “Het was vooral door zijn collega’s dat we merkten dat er iets speciaals was aan zijn manier van ontwerpen. Hij hield dat een beetje van ons weg. Ik geloof dat Pieter Buijs een keer tegen mij heeft gezegd: “jouw vader had wereldberoemd kunnen worden, als hij had gewild”. Maar dat wilde hij gewoon niet. Achteraf vond ik het wel indrukwekkend hoe er over hem gesproken werd, bijvoorbeeld tijdens de hele lezingencyclus over hem. Het is pas naderhand dat ik mij heb gerealiseerd: oh was hij zo belangrijk. Dan zit je er met je neus bovenop en dan zie je dat niet. Geldt dat voor jou ook?”, vraagt Annemarie aan haar moeder. “Ja dat geldt voor mij ook. Ik vatte het nuchter op. Hij werkte en dat vond ik normaal. Ik had niet het idee: goh wat is hij nu goed bezig ofzo. Achteraf heb ik weleens gedacht dat ik meer had moeten weten van zijn werk of er meer naar had moeten vragen.” “Realiseerde hij zelf wel dat hij iets bijzonders deed?”, vraag ik moeder en dochter. “Ja volgens mij wel”, zegt Annemarie, “dat hij wist dat hij iets bijzonders of speciaals deed kon ik wel merken aan de manier waarop hij praatte over zijn werk. Hij stond echt achter wat hij deed, maar hij was gewoon wars van alles wat daar aandacht aan zou besteden.”

Die bijzondere ontwerpen waar Hans Warnau voor wordt geprezen door oud-collega’s, ontstonden veelal in stilte. Annemarie herinnert zich nog goed hoe zij zich als kind rustig moest houden als haar vader aan het tekenen was en Bep vertelt lachend over de studenten die ongemakkelijk in de woonkamer zaten als Hans Warnau een zogenaamde denkpauze had. Die aspirant-landschapsarchitecten kwamen in het leven van Bep en Hans op het moment dat zij naar Wageningen verhuisden. Met regelmaat vonden studenten van de universiteit hun weg naar het huis van het echtpaar om daar het vak te leren van Hans. Hij was een soort mentor bij wie ze terecht konden met al hun vraagstukken op ontwerpgebied. Ook Hanneke Toes was destijds één van die studenten. Ze blikt lachend terug op de keer dat ze samen met zes andere studenten hielp bij de realisatie van de tuin van Hans; iets wat voor elke landschapsarchitect een moeilijke onderneming is. Hij ontwierp een vierkant grasveld met bijzondere randen, zo omschrijft Hanneke. Geheel in de stijl met zijn filosofie van het weglaten. Iets wat hij volgens Annemarie en Bep een invloed was van Mondriaan. Toen de man van Hanneke de tuin voor het eerst zag, liet hij zich ontvallen: “jij hebt je er ook makkelijk van af gemaakt”. Hans vatte dat niet op als een belediging maar als compliment. De tuin moest er juist niet ontworpen uitzien, zo legde hij uit.

Als Hanneke terugblikt op die tijd moet ze vooral lachen als ze vertelt hoe er voor de realisatie van een betonrandje om een grote Kornoelje het keukengereedschap van Bep werd gebruikt, een voorval dat Bep zich zelf nog maar vaag herinnert. Op haar hebben de denkpauzes van haar man – en dan met name het effect daarvan op de studenten – een onuitwisbare indruk gemaakt. “Hans had van die lange pauzes waarin hij moest nadenken. Als een student met iets kwam, een vraag bijvoorbeeld, dan moest Hans daarover filosoferen. Zo’n denkpauze kon aardig lang duren. Soms wel een minuut of tien of een kwartier. Dan zag je die studenten die daar dan bijzaten een beetje schuiven op hun stoel. Zo van: “zeg nou een keer wat”. Dat was wel spannend voor hen soms.” “Wat je van veel studenten daarom ook terug hoort is dat ze het leuk vonden dat jij er was”, zegt Annemarie tegen haar moeder. “Jij zorgde voor de hapjes en de drankjes, terwijl pa gewoon zat te zwijgen boven zijn werk. Ik denk dat dat hem een hele hoop gesteund heeft. Jij was toch een beetje de smeerolie op zo’n moment.” “Ja, ze werden zenuwachtig als pa zijn mond hield. Dan vroeg ik: “wil je nog een kopje thee of koffie?”. Ik kon er dan een beetje beweging in brengen.” “Die zwijgmomenten van dat denken die duurden lang, maar dat waren de ontwerpmomenten.” Volgens moeder en dochter kenmerkten die denkpauzes het ontwerpproces van Hans Warnau: “anderen ontwerpers waren soms al klaar voordat hij goed en wel iets op papier had”.

Dit artikel is verschenen in het tijdschrift ter gelegenheid van het 50-jarige jubileum van tlu landschapsarchitecten

Leave a Reply


You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*