Kampen Zuid; kauwgom als onderdeel van het ontwerp

11 september 2015|Posted in: Artikel

Het was een vraag die haar al langer bezighield, vertelt Hanneke Toes in de auto naar Kampen, “wat doe je met de kauwgom die niet netjes in de prullenbak wordt gegooid maar op de grond wordt uitgespuugd?”. Hoe zorg je dat de grijze kauwgomvlekken – want dat worden de witte klodders op den duur – onderdeel zijn van je ontwerp in plaats van een aantasting van je tot leven gekomen tekening? Het antwoord vond Hanneke na een jarenlange creatieve zoektocht en het resultaat is inmiddels voor iedereen te aanschouwen op station Kampen Zuid. Treinreizigers kunnen daar naar hartenlust hun kauwgom op de grond uitspugen, het ontwerp van de schetstafel van TLU wordt er alleen maar mooier van. Pas met een paar flinke kauwgomplakkaten komt het ontwerp echt tot leven.

Kampen ZuidWie met de trein aankomt op station Kampen Zuid waant zich in een oase van niets. Pas aan de horizon verrijst de eerste bebouwing en daartussen ligt een uitgestrekt groene wildernis, maar dat moet de komende tijd veranderen. Rondom station Kampen Zuid wordt gebouwd aan een nieuwe woonwijk. Hoewel de bouw van de woonwijk Stationskwartier nog verre van afgerond is en zelfs enige tijd heeft stilgelegen, ligt het stationsplein al helemaal klaar voor de vele reizigers die hier in de toekomst elke week moeten komen. De wandelpaden vanuit het station eindigen nu nog in het grasveld, maar vinden in de toekomst aansluiting bij de bebouwing van het nog te bouwen Sationskwartier. Terwijl er een handje mensen van en naar de trein loopt, vertelt Hanneke hoe het ontwerp van het stationsplein tot stand is gekomen. Terwijl ze plaats neemt op één van de stoeltjes in het groen – geen bankjes omdat mensen niet graag naast een vreemde gaan zitten en de stoeltjes in de richting van de zon gedraaid kunnen worden – vertelt ze hoe het ontwerp voor het stationsplein tot stand kwam.

“De vraag hoe je omgaat met kauwgom in de stad, houdt mij al heel lang bezig. Op een gegeven moment vroeg ik mij daarom af of het niet mogelijk was om beton met grote kiezels te mengen.” Tussen de kiezels zouden de kauwgomvlekken veel minder opvallen en als de betonplaat gepolijst zou worden, konden de viezigheid ook weer makkelijk verwijderd worden. Zo’n gepolijste betontegen zou echter veel te glad worden. Dus volgde een volgend ontwerp van Hanneke. Daarin zou de kauwgom niet wegvallen tussen de kiezels, maar moest er een samenspel ontstaan tussen de betonnen ondergrond en de kauwgomklodders. In het beton moesten vlekken komen die de kauwgom symboliseerde en de daadwerkelijke kauwgom was dan een toevoeging aan het ontwerp. Het antwoord op het vraagstuk was gevonden, zou je als leek kunnen denken, maar in werkelijkheid begon daar het echte denkwerk van Hanneke en de andere medewerkers van TLU Landschapsarchitecten pas. Want hoeveel steentjes moesten er per vierkante meter beton komen? En hoe groot moesten die stenen zijn? En – ook niet onbelangrijk – begreep een gemeente het idee ook?

Kampen ZuidDe antwoorden op die en andere vragen vond de TLU’er niet achter haar bureau, maar door heel veel te experimenteren. “Ik heb foto’s gemaakt van de route van de Mariaplaats in Utrecht naar het centraal station van de stad. Daarna heb ik gekeken waar er allemaal kauwgom lag en hoeveel kauwgom er overal lag. Ik ontdekte toen dat de verspreiding van de vlekken willekeurig was, maar dat er meer kauwgom lag op onder andere splitsingen, trappen, naast prullenbaken en op de plek waar mensen op de bus wachten. De concentratie was daar vele malen hoger dan op andere plekken. We hebben toen uitgerekend hoeveel kauwgom er gemiddeld op de straat lag, volgens mij was dat tien of twaalf stukken kauwgom per vierkante meter. Twaalf”, zegt Hanneke nadat ze het aantal stenen in de betontegel voor ons heeft nageteld. “Daarna hebben we met witte papiersnippers gekeken hoe groot de vlekken in het beton ongeveer moesten worden om de kauwgomkladden na te bootsen.” Dus lag de lange gang van het vorige pand van TLU op een dag onder de witte papierscheursels. “In die gang van het kantoor hebben we gekeken hoe het ontwerp eruit moest komen te zien en hoe groot de stenen in het beton moesten worden.” Aan de hand van de experimenten op de gang van het architectenbureau zijn er bij de betonfabriek verschillende proeven gemaakt. Want werkte dat wat met pappiersnippers op de gang werkte ook met stenen in het beton? Was het überhaupt wel mogelijk om stenen in het beton te duwen en het geheel vervolgens glad te strijken? En hoe lang had je eigenlijk de tijd om stenen in het beton te drukken? Door weer gewoon uit te proberen, werd onder andere ontdekt dat je niet te snel na het storten van het beton moet beginnen met het induwen van steentjes, want dan zakken ze zo ver weg in het mengsel dat ze niet meer zichtbaar zijn. En ook te lang wachten was niet succesvol. Binnen een uur bleek de ideale formule.

DSC_8216Hoewel het in eerste instantie het idee was dat een medewerker van het betonbedrijf de stenen in het beton zou drukken, zaten uiteindelijk een alle medewerkers van TLU in alle vroegte op hun knieën naast het vers gegoten beton. “Eén van de mannen van het betonbedrijf goedbedoeld zei: “weet je wat grappig zou zijn? Als we met de steentjes de Grote Beer of een ander figuur leggen”. Toen dacht ik: laat maar wij doen het zelf wel”, vertelt Hanneke. Er moest namelijk helemaal geen verborgen patroon in de betonplaten komen; de steentjes moesten net zo willekeurig in het beton geduwd worden als de kauwgom op straat lag. En net zoals op straat moesten er bij de splitsingen meer steentjes liggen, dan op het gewone wandelpad en moest het beton bij de bushalte er ook gevlekter uitzien dan elders. Dus toen in alle vroegte de betonnen wandelpaden van station Kampen Zuid werd gegoten, zaten Hanneke, José en Joanne met kniebeschermers klaar om de rode steentjes – dezelfde kleur als de bakstenen van het station – in het beton te duwen.

Hoewel de door TLU ontworpen gespikkelde oliefantenpaden – zoals Hanneke de weggetjes van betonplaten op het stationsplein van Kampen Zuid noemt – nog nergens heen leiden totdat de bouw van het Stationskwartier is afgerond, hebben de reizigers die al wel van het station gebruik maken hier en daar hun kauwgom uitgespuugd. Rond de put voor de afwatering ligt een verzameling en ook bij de poortjes waar de ov-chipkaart in- of uitgecheckt moet worden zijn hier en daar wat plakkaten te ontdekken. En wat blijkt? Het de reizigers doen precies wat Hanneke op basis van haar kauwgom-onderzoek voorspelde: op de plekken waar de reiziger een verandering in zijn of haar reis doormaakt is de concentratie uitgespuugde kauwgom hoger. Dus bij die splitsing waar de forens even nadenkt of hij naar links of rechts gaat, op het busplatform voordat de ov-gebruiker de bus instapt of bij de paaltjes om uit te checken. Maar dat is niet erg, het is alleen een bevestiging van het feit dat het ontwerp werkt en tot leven komt. Hanneke spreekt van een soort gelaagdheid in het plan voor station Kampen Zuid. Het ontwerp kent een nu en een toekomst. Nu eindigen de paden nog in het gras, maar in de toekomst vervolgen ze hun weg in het Stationskwartier. Nu zijn het nog de stenen in het beton die het ontwerp kenmerken, maar in de toekomst is het de kauwgom. Ook een typisch product van nu en de toekomst, omdat het niet vergaat.

De gedachte om kauwgom te integreren in het ontwerp voor het station, lijkt te passen bij een uitspraak van Jan Kalf die Hanneke eerder in de auto naar het station aanhaalde: “als de stenen goed liggen dan wordt het gras niet kapot gemaakt”. In Kampen Zuid lijkt een net iets andere variant van het gezegde op te gaan: als de stenen goed liggen, dan wordt het niet door kauwgom kapot gemaakt.

Dit artikel is verschenen in het tijdschrift ter gelegenheid van het 50-jarige jubileum van tlu landschapsarchitecten

Leave a Reply


You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*