Soefi’s, Punkers en Poëten – zestien prikkelende dialogen over de islam

7 mei 2015|Posted in: Recensie, Vrij werk

De westerse angst voor de islam stuit de christelijke theoloog Jonas Slaats stevig tegen de borst. Hij stelt vast dat het beeld van moslim als donkere bedreigende vijand onze samenleving overwoekert en dat een gelijkaardige “angst voor de ander” de islamitische wereld verstikt. “Het idee dat we gevangen zitten tussen botsende beschavingen heeft zich ondertussen over de hele wereld verspreid”, schrijft hij. “Het heeft veel mensen overtuigd dat de islamitische wereld en het Westen inherent met elkaar in tegenstelling zijn.” Een ontwikkeling waardoor Slaats zichzelf voelt vervreemden van de Europese samenleving. Met zijn boek Soefi’s, Punkers en Poëten. Een christen op reis door de islam wil hij echter een paar stappen voorbij dat conflict zetten.

Drie jaar lang voerde Jonas Slaats gesprekken met islamitische sprekers, kunstenaars en wetenschappers zoals Amina Wadud om de ziel van de islam te vinden. De dertig gedachtewisselingen met invloedrijke figuren uit onder andere Pakistan, Indonesië en Nederland die dat opleverde verschenen eerder al online. In het boek van zijn reis door de islamitische denkwereld – Slaats noemt het een reisverslag – zijn zestien van deze gesprekken gebundeld. Hij heeft het boek daarbij ingedeeld in vijf overkoepelende thema’s die met regelmaat terug te vinden zijn in het publieke debat rondom de islam, zoals het “kruispunt van traditie en moderniteit”, de “normatieve islam” en de “constructieve tegenspraak”. Gespreksthema’s die in de westerse beeldvorming lijken te schuren; want kun je een moderne moslima zijn en een hoofddoek dragen of sluit het één het ander per definitie uit. Binnen deze vijf thema’s zijn kleinere discussiepunten aangemerkt zoals de “sharia”, “hijab” en “jihad”. Slaats geeft op elk van deze termen een inleiding in combinatie met zijn eigen visie. Dus geen Wikipedia- of woordenboek-definities van islamitische termen, maar scherpe beschrijvingen die minstens net zo interessant zijn als de interviews die volgen.

“We horen nooit iemand zeggen hoezeer de Maagd Maria onderdrukt werd”

In zijn inleiding over de hoofddoek neemt Slaats bijvoorbeeld stelling in het debat dat de lichaamsbedekking keer op keer oproept. “Dat men dit stukje kleding plotseling gaat bekijken als het toppunt van onderdrukking van vrouwen door een inherent patriarchale structuur genaamd de islam, dat is toch ietwat opmerkelijk. Zeker wanneer die discussie plaatsvindt in een regio met een christelijke achtergrond – zoals veelal het geval is. Het culturele geheugen van christelijke landen zit immers vol hoofddoeken, aangezien de Maagd Maria overvloedig aanwezig is in de kunst en folklore en daarbij zo goed als altijd met een hoofddoek wordt afgebeeld. Nochtans horen we nooit iemand zeggen hoezeer de Maagd Maria onderdrukt werd door een patriarchaal jodendom. De seculiere geesten die obsessief pleiten voor het verbieden van een hoofddoek in publieke plaatsen verschillen eigenlijk niet erg veel van de religieuze extremisten die elke vrouw in hun buurt willen bedekken. Beiden proberen immers in de plaats van vrouwen te bepalen wat ze al dan niet zouden moeten doen. […] De ene kant zegt: ‘de manier waarop jij vrouwen verplicht zich te kleden is onaanvaardbaar’. De andere kant zegt: ‘een sluier dragen is een religieus edict en het is onaanvaardbaar dat je onze religieuze vrijheid ontneemt’. Maar het enige dat werkelijk onaanvaardbaar is, is de wijze waarop met vrouwen gesold wordt alsof het pingpongballen waren.”

De inleidingen die Slaats geeft op zijn vraaggesprekken met inspirerende figuren zijn laagdrempelig waardoor ze goed te volgen zijn voor niet-moslims met een beperkte kennis op de islam, maar tegelijkertijd ook niet vervelen voor lezers met meer ervaring met de islam omdat Slaats niet schuwt stelling te nemen. Die kritische houding zorgt er ook voor dat de lezer geprikkeld wordt om zelf na te denken over zijn of haar denkwijze rondom het thema. Zo leverde de passage van Slaats over de hoofddoek in mijn omgeving een gesprek op over waarom vrouwen kiezen voor lichaamsbedekking. De antwoorden verrasten mij omdat ze anders waren dan het veelgehoorde “omdat dat geschreven staat”. Zo vertelde één vrouw dat de islamitische bedekking haar vrijheid geeft omdat ze niet langer slachtoffer van modegrillen is en een ander heeft het gevoel dat ze door een hoofddoek te dragen niet op haar uiterlijk beoordeeld kan worden, dus dat mensen vanzelfsprekend naar haar innerlijk kijken.

Slaats wil geen gelijkenissen bejubelen met een tandpastaglimlach

Tot dergelijke dialoog is het boek Soefi’s, Punkers en Poëten ook een uitnodiging. Of die dialoog wil het zijn. Echter wil Slaats geen doorsnee interreligieuze gedachtewisseling tot stand brengen waarbij moeilijke vragen worden ontweken en er alleen oppervlakkige gesprekken plaatsvinden waarbij deelnemers elkaar respecteren maar niet echt in contact treden. Gesprekken waarbij met men met een “tandpastaglimlach” de onderlinge gelijkenissen bejubelt. “Ik wilde daar verandering in brengen”, schrijft Slaats terugblikkend. “Ik wenste dieper te gaan. […] Het zou immers weinig zin hebben om slechts de mooie aspecten van de geschiedenis, theologie en spiritualiteit van de islam te laten zien en net die dingen achterwege te laten die voor heel wat fricties zorgen.” Het is dus niet erg als gesprekken schuren, gesprekspartners het niet met elkaar eens zijn of een vraag de ander confronteert. Maar – zo stelt Slaats – “als echte dialoog durft te confronteren, dan confronteert ze niet alleen de andere. Want de ware aard van oprechte dialoog ligt vooral in de moed om jezelf te confronteren.”

De vraaggesprekken tussen Slaats en de zestien islamitische intellectuelen in het boek zijn allesbehalve oppervlakkig. Ze bieden nieuwe invalshoeken, voldoende stof tot overdenken en van tijd tot tijd een glimlach. En dan een oprechte, niet de tandpastaglimlach waar Slaats jeuk van krijgt. Toch legt hij de lat voor zichzelf wel erg hoog door aan het begin van zijn boek te stellen dat hij confrontatie met zijn gespreksgenoten niet schuwt om tot een echte dialoog te komen en dat dit soms ook betekent dat hij zichzelf dient te confronteren. Van tijd tot tijd overdenkt Slaats inderdaad zijn eigen religieuze overweging – zo vraagt hij zich af waarom hij geen moslim is als hij zich in een aantal specifieke islamitische aspecten kan vinden – maar in de vragen aan zijn gesprekspartners is weinig confrontatie terug te vinden. De conclusies van Slaats dat de enige echte eenheid diversiteit toelaat, lijkt een credo dat van meet af aan is geaccepteerd door zowel vragensteller als interviewkandidaat. Niets hoeft meer te worden bevochten met moeilijke vragen. Slaats beaamt eerder het gedachtegoed van zijn sprekers of vult soms zelfs aan. Je zou je kunnen afvragen in welke mate hij daardoor verschilt van de interreligieuze gesprekken die hij bekritiseert. Ook Slaats kiest voor wederzijds respect als basis voor de gedachtewisseling en in plaats van de overeenkomsten te vieren, kiest hij voor de diversiteit.

Zegt de bouwstijl van een moskee iets over de machocultuur?

Het is natuurlijk de vraag of het erg is dat in de reis van Slaats respect en diversiteit het uitgangspunt zijn. Ik vind van niet. Het neemt namelijk niet weg dat Soefi’s, Punkers en Poëten een bundeling van zestien interessante gesprekken is met gedachtes die mij als lezer prikkelden. Zijn vrouwen de pingpongballen van de man in het debat rondom de hoofddoek?, vroeg ik me af na het lezen van een betoog van Slaats. Is de machocultuur van sommige landen terug te zien in de bouwstijl van gebedshuizen? En gaat het verschil tussen soennieten en sjiieten in werkelijkheid over het feit dat beiden de nadruk binnen het geloof anders leggen – soennieten op angst voor god en sjiieten op liefde – zoals Dr. D.Latifa in het boek suggereert? Antwoorden op die vragen heb ik niet kant-en-klaar in Soefi’s, Punkers en Poëten gevonden, maar ik vond wel interessante denkrichtingen waarmee ik de wereld om mij heen weer eens opnieuw kan bekijken. Het boek vormt dan ook de aanzet tot een dialoog die je zelf moet voortzetten. Slaats reikt je het gedachtengoed van sprekers aan die in de dagelijkse debatten rondom de islam onvoldoende worden gehoord en daarna moet je zelf aan het werk.

Soefi’s, Punkers en Poëten. Een christen op reis door de islam. Jonas Slaats“Soefi’s, Punkers en Poëten. Een christen op reis door de islam.” kost twintig euro. Het boek is tevens in het Engels uitgebracht onder de titel “Halal Monk. A Christian on a Journey through Islam.”  De interviewbundel is het resultaat van een online project van schrijver Jonas Slaats waarvoor hij dertig islamitische sprekers, kunstenaars en wetenschappers sprak. In het boek zijn zestien van die gesprekken te lezen. Alle dertig gesprekken – dus ook de veertien die niet in Soefi’s, Punkers en Poëten – verschenen, zijn in het Engels te lezen via de website Halal Monk en in het Nederlands op de website KifKif.

1 Comment

  1. Vrouwelijke geleerde over “Goddelijke Mensenrechten” | Vrouwen in de Islam - […] RECENSIE VAN HET BOEK: http://www.annelieswaterlander.nl/2015/05/07/soefis-punkers-en-poeten-prikkelende-dialogen-over-de-i… […]

Leave a Reply


You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*