Sprookjes, stigma en smakeloze taferelen

23 december 2014|Posted in: Blog

In de buurt van mijn huis hier in Rabat zit een restaurant waar ik al een hele tijd wil eten. Zo’n restaurant waar tientallen lichtjes je ’s avonds uitnodigen om gezellig naar binnen te komen. Waar als de wind de goed staat, de klanken van muziek naar je toe waaien. En waar het terras met uitzicht op de rivier ronduit verleidelijk is. Elke keer als ik over de kornish (Arabisch voor boulevard) loop, denk ik: hier wil ik een keer eten. Al vier maanden speelde ik met de gedachte. Speelde, want mijn sprookjesrestaurant dat gevestigd is in een boot die zo uit Peter Pan had kunnen zijn weggevaren blijkt helemaal niet zo sprookjesachtig te zijn.

Toen ik vier maanden geleden naar Marokko verhuisde was ik nieuwsgierig naar zo ongeveer alles. Ik stond te trappelen om nieuwe smaken te ontdekken, was benieuwd hoe het zou zijn om vijf maanden lang elke dag door een imam gewekt te worden en keek uit naar alles wat er in Nederland niet was. Naast deze weinig unieke nieuwsgierigheden, was er één andere vraag die me bezighield. Ik wilde weten wat de situatie van mensen met een verstandelijke beperking in dit land was. Ik had verhalen gehoord over kinderen die binnen werden gehouden uit schaamte en uitdrijvingen die plaatsvonden omdat een verstandelijke beperking “een ziekte van de duivel was”. En daarmee dus geneesbaar. Verschrikkelijke verhalen die mij vastbesloten maakte de wereld van de kwetsbaren in Marokko te ontdekken.

Ruim een maand geleden ging ik daarom aan de slag bij een organisatie die jongeren met het Syndroom van Down en hun ouders begeleidt. Sindsdien help ik twee dagen in de week bij een project waarbij jongeren leren hoe ze in een professionele keuken moeten werken. Niet alleen om op die manier integratie op de arbeidsmarkt mogelijk te maken, maar ook omdat de keuken de ideale omgeving is om de jongeren sociale vaardigheden aan te leren. “Het keukenproject gaat over het realiseren van autonomie”, zei één van mijn collega’s op een middag na werk, “en over het opheffen van het stigma rondom mensen met een beperking in Marokko”. “Welk stigma?”, vroeg ik hem. “Veel mensen denken nog dat jongeren met het Syndroom van Down niets kunnen. Dat je ze geen minuut alleen kan laten. In het project geven we het gevoel dat ze iets zijn.”

Afgelopen week leverde het sprookjesrestaurant om de hoek van mijn huis echter allerminst een bijdrage aan dat laatste punt. Toen de vijftig jongeren met het Syndroom van Down ter ere van de afsluiting van hun trainingsperiode kwamen eten op de Peter Pan-boot, hadden ze nooit kunnen indenken wat hun te wachten stond. De stigma’s en vooroordelen die mijn collega’s en ik de wereld uit probeerden te helpen, werden tijdens één etentje bevestigd. De chefkok van onze keuken vertelde me de volgende dag hoe de jongeren alleen een bord frietjes met slecht doorgebakken kip hadden gekregen. “Geen groenten, voorgerecht of toetje”, vertelde ze verbaasd, “alsof het kinderen waren”. Hoewel mijn mond nog niet meteen openviel van verbazing, wist ik twee zinnen later niet wat ik moest zeggen. De chefkok beschreef hoe halfvolle glazen cola – restantjes van andere tafels – bij elkaar werden gegoten om vervolgens opnieuw geserveerd te worden aan de verstandelijk beperkten.

Waar je het serveren van frietjes en kip nog kan afdoen als niet bijzonder creatief, heb ik voor het opnieuw serveren van cola simpelweg geen woorden. Behalve dan dat mijn sprookjesrestaurant niet langer op mijn wensenlijstje staat.

Leave a Reply


You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*