IS komt aan alles wat me lief is

8 september 2014|Posted in: Blog

“Wat doet de onthoofding van journalisten door IS met jou?”, vroeg Lisanne tijdens onze wandeling van school naar huis. “Ik kan me voorstellen dat jou dat raakt”, voegde ze toe nog voordat ik antwoord kon geven. Niet eerder stelde iemand mij die vraag. Ik had mijzelf die vraag niet eens durven stellen. Het voelde als aanstellerij om hardop toe te geven dat het me eigenlijk heel veel deed. Het leek alsof ik mijn gevoelens niet op zijn plaats waren. Niet gepast. Althans niet voor mij. Ik was tenslotte niet direct betrokken. Ik verwachtte dan ook niet dat anderen mijn emoties zouden begrijpen, maar nu begon Lisanne er zelf over.

In zekere zin had ik mijn gevoelens met betrekking tot de situatie in Irak een beetje veilig op afstand gehouden door er niet over te praten. Hoewel. Echt op afstand zijn die emoties misschien nooit helemaal geweest. Al wekenlang vul ik in mijn gedachten een vliegtuig met mijn vrienden. Ik breng ze in mijn hoofd stuk voor stuk in veiligheid. Keer op keer opnieuw. Maar niet alleen mijn vrienden probeer ik te redden. Het liefst evacueer ik al dagdromend iedereen uit het land waar ik drie jaar geleden met veel liefde werd ontvangen.

Hoewel mijn hoofd zich vult met dergelijke fantasieën, zijn andere dromen juist als een zeepbel uit elkaar gespat. Bijvoorbeeld de wens om nog een keer in mijn leven terug te gaan naar Lalesh – de heilige plaats van de Jezidi’s. Mijn computer staat vol met foto’s van de mensen daar. Zoals een foto mij terwijl ik een baby wieg in mijn armen, een foto van een jongetje met onder zijn ene arm een grote fles cola en onder zijn andere arm een schrift dat ik hem gaf en een foto van twee jongens uit het gezin dat mij uitnodigde voor een warme lunch. Allemaal foto’s die nu digitaal liggen te verstoffen, omdat ik ze niet kan bekijken. Het is in zekere zin te pijnlijk om herinnerd te worden aan dat wat er niet meer is. Want de plaats van mijn foto’s bestaat niet meer. Kapot gemaakt. Weggevaagd.

Het is onbegrijpelijk. Net zoals de onmenselijke wijze waarop journalisten door IS zijn gebruikt om een signaal aan de wereld af te geven. Ik heb het natuurlijk over de onthoofdingen die inmiddels de hele wereld over zijn gegaan. Hetgeen waar Lisanne mij tijdens onze wandeling naar vroeg. In de ogen van een enkeling ben ik misschien een emotionele ramptoerist als ik zeg dat die gebeurtenissen mij ook raken. De onthoofding van ieder mens vind ik onwerkelijk en geeft me een misselijkmakend gevoel. Maar als een journalist op die wijze het leven verliest, dan komt dat nog net wat harder binnen. Dan lijkt het opeens heel dichtbij te komen. Ik vind het zelf ook ietwat vreemd om dat toe te geven, want hoe kan ik mij gevoelsmatig betrokken voelen bij mensen die ik niet heb gekend? Ik denk dat het antwoord in onze overeenkomsten ligt.

Iets in mij zegt dat elke journalist een kleine wereldverbeteraar is, of in ieder geval ooit is geweest. Ook ik word in mijn keuzes sterk gedreven door het feit dat ik onrecht niet kan verdragen. Mijn ultieme droom is om mijn studie journalistiek en Arabisch te combineren. Misschien niet voor altijd, maar in ieder geval voor een paar jaar. Als mensen mij vragen waarom ik in hemelsnaam in de Arabische wereld zou willen werken, dan zeg ik vaak “omdat ik de verhalen wil vertellen van de mensen die anders niet worden gehoord”. Of: “omdat ik wil laten zien dat de Arabische wereld zo veel meer is dan veel mensen in Nederland soms denken”. Ik heb de illusie – zoals waarschijnlijk zo veel andere journalisten – dat ik andere verhalen zou vertellen dan andere journalisten. De kracht die mij drijft zegt dat ik misschien iets kan veranderen door hen die niet gehoord worden een stem te geven. En door hen die niet gezien worden in beeld te brengen. Dat idealisme lees ik ook terug in de memoriams over bijvoorbeeld Steven Stotloff en het is die drijvende kracht die ons verbindt.

Maar het was iets anders dat mij echt keihard raakte in al die woorden die na zijn dood over Stotloff verschenen. De echte klap in mijn gezicht was de liefde die hij en ik delen. De liefde voor de Arabische wereld en de bijbehorende taal. “Voor hem was het datgene waarvan hij hield en niemand kon hem tegenhouden”, las ik in een memoriam in de Volkskrant. Dat bleek natuurlijk wel uit het feit dat hij aanwezig was in de landen waar iedereen die kon juist uit vertrok. Hij liet het gebied waarvan hij hield niet in de steek. Zijn werk zou je kunnen zeggen, maar ik vind het de ultieme liefdesverklaring aan het gebied. Letterlijk “in voor- en tegenspoed”. Ik vind het dan ook verschrikkelijk dat uitgerekend die liefde hem fataal is geworden. Het is zo oneerlijk. Zo zinloos. Het breekt mijn hart.

“Ja het raakt me”, zei ik eergisteren voor het eerst hardop. De vraag van Lisanne had me uitgelokt om dat aan mijzelf en anderen toe te geven. “IS komt aan alles wat me lief is.”

Lees ook Stil. Veel te stil…

TAGS: , ,

5 Comments

  1. Kaatje
    8 september 2014

    prachtig, ben er stil van…….

  2. Anneke
    8 september 2014

    Erg mooi geschreven Annelies, en zeer indrukwekkend! Heldin 🙂

  3. Annelies Waterlander
    8 september 2014

    Dankjewel lieve Kaat.

  4. Annelies Waterlander
    8 september 2014

    Wat lief dat je me een heldin noemt Anneke. Zo voel ik me helemaal niet. Eerder een heldin op sokken. Ik ben elke keer knetter zenuwachtig als ik een blog de wereld in slinger. Ik moet nog wennen aan die online kwetsbaarheid. Ook heel fijn om te horen dat je vindt dat mijn blog mooi geschreven is. Een echt compliment van een mede oud-Tubantia-stagiair 🙂

  5. Daan
    15 september 2014

    Heel mooi Annelies! X

Leave a Reply


You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*