“Ik moet je iets vertellen….”

14 augustus 2014|Posted in: Blog

Een kreet van blijdschap overstemde het geroezemoes in de ruimte. “Annelieeeeeeeees”, klonk het plotseling luid. Ik keek op en zag de lachende ogen van Loes. Haar inmiddels karakteristieke bloemetjes zaten ondanks het wisselvallige weer ook vandaag in haar haren. Ik lachte terug en binnen de kortste keren viel ze me letterlijk om mijn nek. Zij had mij gemist en ik haar, realiseerde ik me.

Loes is één van de verstandelijk beperkten met wie ik inmiddels al meer dan een jaar al mijn maandagavonden doorbreng. Elke week maken we samen de heerlijkste gerechten; van pasta met zelfgemaakte pesto tot chocolademouse of lichtelijk aangebrande hamburgers. Toen ik de eerste keer de keuken binnenstapte was ik helemaal niet van plan om dat elke week te gaan doen. Ik kwam gewoon eens kijken of vrijwilligerswerk met verstandelijk beperkten iets voor mij was, of ik dat überhaupt kon. Maar toen aan het einde van de avond dertien paar ogen me aanstaarde na de vraag “ben je er volgende week weer?”, zei ik volmondig “ja”. Daarna beloofde ik elke week opnieuw de volgende week weer te komen.

“Waarom?”, vragen mensen mij weleens. Elke maandagavond komt er een nieuwe reden op mijn lijstje bij. Allemaal zijn ze samen te vatten onder de noemer “klein geluk”. Ik moet huilen van blijdschap als Arthur trots aan iedereen laat zien dat hij voor eerst een hamburger heeft gebakken in plaats van de champignons gesneden. Mijn zorgen verdwijnen als ik zie hoe Ingrid vanuit haar tenen lacht of haar eigen spiegelbeeld complimenteert. En Dimitri en Beatrice laten me zien dat er zoiets bestaat als elke dag opnieuw knetter verliefd op elkaar zijn. Eén keer in de week dompel ik me onder in die wereld van pure emoties. Op De Wilg is het niet gek als je elkaar een stevige knuffel geeft als je elkaar weer ziet. Of je elkaar nou vorige week nog hebt gezien of gisteren. En dit keer had Loes mij twee maanden moeten missen. En ik haar. Zo lang was ik nog niet eerder weg geweest.

De moed zakte me dan ook al in de schoenen bij de gedachte dat ik haar moest vertellen dat ik weer weg zou gaan. Dit keer voor vijf maanden. “Loes”, begon ik voorzichtig, “ik moet je iets vertellen”. “Oh jeeeee”, klonk het lacherig, “ik pak alvast een stoel voor als ik flauwval”. Ze schoof haar stoel zo dicht bij de mijne, dat ze praktisch bij me op schoot zat. “Ik ga vijf maanden in Marokko wonen”, zei ik. Mijn ogen neergeslagen omdat ik de reactie in haar gezicht niet wilde bekijken. Bang om een teleurstelling te zien. “Komt die jongen dan terug?”, vroeg ze opgewekt. “Welke jongen?”, vroeg ik haar verbaasd. “Die jongen die hier was toen jij in Egypte was.” Om haar mond speelde een glimlach terwijl ze die woorden uitsprak. “Was het een leuke jongen?”, vroeg ik haar. “Ja”, beaamde ze, “en knap”.

De angst om teleur te stellen was in één klap verdwenen. Afscheid nemen was voor mij duidelijk moeilijker dan voor haar. De gedachte dat een knappe jongen mij zou vervangen verzachtte al het leed. Nu maar hopen dat die knappe jongen niet ook nog eens heel goed kan koken, want liefde gaat door de maag.

De namen in deze blog zijn – op verzoek – gefingeerd. 

Leave a Reply


You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*