‘Niet blijven hangen in wat niet kan in de mantelzorg’

19 mei 2013|Posted in: Goedenwel.nl

José Franssen (57) zorgde voor haar moeder die de ziekte van Alzheimer had totdat zij vorig jaar januari overleed. Twaalf jaar lang stond het leven van José in het teken van haar moeder. Nu haar agenda sinds een jaar weer helemaal van haarzelf is, blikt José terug op die intensieve periode in haar leven.

‘Het waren kleine dingen waar ik aan merkte dat de achteruitgang van mijn moeder toch wat meer was dan de reuma waar ze aan leed’, begint José haar verhaal. ‘Zo werden haar boodschappen steeds vreemder. Ze kocht te weinig en moest telkens terug naar de supermarkt. Daarbij kookte ze elke keer als ik langskwam bloemkool voor mij omdat ze dacht: die Kees van José lust geen bloemkool, dus dan maak ik het voor haar. Elke week weer. Eerst dacht ik: ze wordt oud. Maar opeens viel het kwartje en dacht ik: nee, ze wordt dement.’

‘Vanaf dat moment ben ik me actiever met haar gaan bemoeien. Ik vind het normaal dat je als kind voor je ouder zorgt. Mijn moeder heeft – zo goed als zij kon – voor haar kinderen gezorgd. Ik wilde dat ook voor haar doen. Op het moment dat ik besloot voor mijn moeder te gaan zorgen, besloot ik ook er echt wat van te maken. Ik heb er een project van gemaakt en er zelfs een deel van mijn werk voor opgegeven. Ik begrijp dat dat niet voor alle mantelzorgers mogelijk is.’

‘In de eerste jaren was die zorg nog heel beperkt. Dan hielp ik haar één avond in de week, maar er kwam steeds meer bij totdat ze uiteindelijk naar een verpleegafdeling moest.’

Zorgen met de handen op de rug

‘Mijn moeder wilde alles wat ze nog kon zelf doen’, vervolgt José. Voor haar betekende dat: zorgen met de handen op de rug. Daarbij stimuleert de zorgverlener de zorgvrager zoveel mogelijk zelf te doen. De mantelzorger neemt – hoe moeilijk dat soms ook is – geen dingen uit handen die zorgvrager zelf nog kan. De gedachte daarachter is dat het voldoening geeft om iets zelf te doen. Daarbij zorgt het ervoor dat de zorgvrager zo lang als mogelijk actief, mobiel en autonoom blijft. ‘Het is soms makkelijker om alle zorg over te nemen, maar ik vind het een daad van respect om het gezonde deel in iemand te blijven zien. Ik denk dat er in de zorg te vaak gefocust wordt op het zieke deel van de patiënt. Daardoor krijgt het gezonde deel te weinig aandacht.’

‘Ik heb dat geprobeerd door tot het laatste moment zoveel mogelijk het gewone leven te laten doorgaan. Ik probeerde de weekstructuur te handhaven. Dat was natuurlijk steeds zoeken, omdat het gewone leven steeds een stukje verder afbrokkelt, maar ik zocht naar dingen die ze wel kon doen. Zo liet ik haar eerst zelf boodschappen doen en koken. Toen dat niet meer ging deden we samen boodschappen en kookte mijn moeder. En in een volgende fase kookten we samen en nog later zat ze alleen nog in de keuken voor de gezelligheid. Dat verschoof langzaam, maar ik liet mijn moeder dingen echt zelf doen tot ik merkte dat het niet meer ging.’

‘Mantelzorg was enorme leerschool’

‘Ik hield vast aan activiteiten die bij haar leven pasten en die we konden blijven doen. In het verpleegtehuis was dat wel lastiger, want daar gingen ze er vanuit dat je meeging in het ritme van het tehuis. Maar ik plukte haar daar zo nu en dan gewoon weg. Ze logeerde dan bij mij, we maakten uitstapjes en we bezochten haar vriendinnen van vroeger. De zorg was voor mij minder zwaar als ik er andere mensen bij betrok. Daarbij was mijn principe dat zowel zij als ik het fijn moesten hebben in die mantelzorguren.’

‘De twaalf jaren dat ik voor mijn moeder heb gezorgd waren voor mij een enorme leerschool. Het was het moeilijkste project dat ik in mijn leven heb gedaan. Ik heb geleerd niet te blijven hangen in wat niet kan in de achtbaan van situaties waarmee mantelzorg gepaard gaat, maar te denken in oplossingen. Ik stelde mezelf telkens de vraag: ‘dit kan niet meer en hoe gaan we dat oplossen?’.’

‘Ik mis de gezellige momenten’

‘Ik zou er nooit voor gekozen hebben om twaalf jaar lang voor mijn moeder te gaan zorgen, maar het kwam op mijn pad en ik heb er geen grammetje spijt van dat ik het heb gedaan. Ik mis het zorgen voor mijn moeder soms zelfs. Ik mis vooral de gezellige momenten; het getut en gefriemel. Toch is het ook goed dat mijn moeder is overleden. Ze hoeft niet meer te lijden. Als moeder mis ik haar wel. Tijdens die twaalf jaar ben ik toch een beetje vergroeid geraakt met haar. Ik werd op een gegeven moment letterlijk mijn moeders spreekbuis, omdat ze niet meer voor zichzelf op kon komen. Ik leidde niet alleen mijn eigen leven, maar moest ook het leven van mijn moeder op de rails houden. In mijn dagelijkse leven is het daarom ook bevrijdend dat ze is overleden. Ik kan er nog steeds van genieten dat ik niet meer hoef na te denken over alles wat ik moet regelen. Mijn agenda is weer echt van mij.’

Leave a Reply


You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*