Efficiëntie, effectiviteit… en onafhankelijkheid?

24 april 2013|Posted in: 609 - Mediafonds

In het regeerakkoord van afgelopen oktober stond te lezen dat er bij de omroepen 100 miljoen moet worden bezuinigd op het mediabudget voor 2016-2017. Deze bezuiniging komt bovenop de eerdere kostenbesparing van 200 miljoen voor 2013-2015 door kabinet Rutte 1. Het regeerakkoord spreekt van vier maatregelen die samen goed zouden moeten zijn voor de besparing van 100 miljoen, waaronder de opheffing van het Mediafonds en het onderbrengen van de kleine ‘geestelijke’ omroepen bij een van de grote landelijke. Daarnaast zou een efficiencyslag bij de regionale omroepen een besparing van 25 miljoen op het totale budget van 142 miljoen opleveren.

Onderling samenwerken lijkt de oplossing om ondanks de bezuinigingen een kwa- litatief hoogwaardig media-aanbod te waarborgen. De belangenverenigingen ROOS en OLON merken dat steeds meer omroepen de handen ineenslaan. De samenwerkingsinitiatieven schieten als paddenstoelen uit de grond.

Door veel spelers in het radio- en televisieveld wordt gekeken of er niet te veel zaken dubbel worden gedaan. Als er een grote brand plaatsvindt in het zuidelijkste puntje van Limburg, is het dan nodig dat er zowel een lokale, een regionale als een landelijke journalist naartoe gaat? Is het mogelijk om bepaalde informatie uit te wisselen? En waarom zou je naast drie journalisten ook drie zendwagens sturen? Samenwerking op het gebied van faciliteiten en techniek zou een kostenbesparing kunnen opleveren.

Er ontstaat één omroep met zowel landelijke als regionale taken

Volgens de de Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland (OLON) is het zonde om dingen die niet het hoofddoel van een omroep – het produceren van content – behelzen dubbel te doen. “De voorzieningen die door de overheid worden meegefinancierd, moeten efficiënt omgaan met deze middelen”, aldus het ‘Vernieuwingsconvenant gemeenten–lokale omroepen’, ondertekend door Martijn Vroom, de voorzitter van OLON, en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in juni 2012. “Het past daarbij niet dat 283 keer (het aantal lokale omroepen, AW) het wiel opnieuw wordt uitgevonden of 283 keer een dure eigen organisatorische en technische infrastructuur wordt opgetuigd. Samenwerken op landelijk niveau en in de streek is het sleutelwoord voor gelijktijdige verhoging van de kwaliteit en maatschappelijke waarde en verlaging van de productiekosten daarvan.”

“Als we een aantal zaken kunnen centra- liseren, zoals de distributie van radio- en tv-signalen van de lokale omroepen, dan scheelt dat miljoenen op jaarbasis”, aldus Hans Disch, directeur van OLON, in een eigen uitgave van de organisatie. “Misschien gaat die ontwikkeling ten koste van de autonomie van de omroepen, maar daar komt veel voor terug in termen van efficiëntie en effectiviteit.” Landelijk gebeurt dat door de OLON, die steeds meer voorzieningen cen- traal inkoopt en/of faciliteert. Lokaal dient dat te gebeuren via een regionale regierol vanuit een ‘paraplu-organisatie’.

CNN van de lage landen

Eén van de mogelijkheden die al langere tijd wordt besproken is de samenwerking tussen de dertien regionale omroepen en de NOS. Al in het regeerakkoord van het kabinet Rutte I werd de suggestie voor een samenwerking geopperd. “Het kabinet wil de banden tussen de twee lagen sterk aanhalen”, schreef Marja van Bijsterveldt, destijds minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in de uitwerking van het regeerakkoord. “Integratie vindt plaats zodat er één omroep ontstaat met zowel landelijke als regionale taken. Het doel is een versterking van de programmering. Doel is dat de integratie in 2016 een feit is.”

Hoewel de samenwerking wordt ingegeven door bezuinigingen, zijn er volgens NOS-directeur Jan de Jong wel degelijk nog andere redenen te noemen waarom het interessant is om de handen ineen te slaan. Zo onderschrijft hij de inhoudelijke kwaliteitsverbetering , zoals die in de uitwerking van het regeerakkoord wordt besproken: “De nieuws- en informatiefunctie van de gehele publieke omroep wordt versterkt. Door het maken van gezamenlijke producties ont- staat daarnaast een gevarieerder aanbod, waardoor het Nederlandse publiek beter wordt bediend.”

Ook Gerard Schuiteman, directeur van de stichting Regionale Omroepen Overleg en Samenwerking (ROOS), benadrukt de kwalitatieve verbetering die een samenwer- king zou moeten opleveren. Schuiteman: “De regionale en landelijke omroep zijn bedrijven met dezelfde genen. Nu staan we naast elkaar en overlappen we deels, maar we moeten elkaar gaan aanvullen en versterken. Het is onze doelstelling om de regionale redacties en de NOS-redactie dichter bij elkaar te brengen waardoor betere journalistieke producties ontstaan.” Ook hier zou een synergievoordeel in het terugbrengen van overlap en het gezamenlijk optrekken bij ontwikkelingen in distributie of techniek kunnen optreden.

Tevens zou de samenwerking het bereik van de regio- nale omroep verbeteren. “Als zij een plekje krijgen bij de landelijke publieke omroep zou dat de vindbaarheid van de regionale spelers ten goede komen”, aldus De Jong. Nu is het per provincie verschillend, of een regionale omroep op nummer tien of nummer honderd in het zenderpakket zit. Door een integratie in de publieke omroep zouden ‘de regionalen’ voortaan standaard op Net 1, 2 of 3 terecht kunnen komen. Goed voor de kijkcijfers en de adverteerders. “De contouren voor een plan zijn er”, vertelt De Jong. “In mijn ideale plaatje zou je van zeven uur ‘s ochtends tot zes uur ‘s avonds nieuws brengen. Een soort CNN van de lage landen” – waar hij snel aan toevoegt dat dat wellicht wat ambitieus is. “Het zou een soort bereikzender zijn waar we niet de hele dag nieuwe items brengen, maar een soort nieuws-carrousel met het belangrijkste landelijke en regionale nieuws. Maar ik kan me ook voorstellen dat we een persconferentie of evenement live uitzenden.”

Dit idee staat los van de vensterprogrammering – een suggestie die ook in diverse beleidsstukken terugkwam. Bij een dergelijke programmering zou het NOS-journaal gevolgd worden door een blok regionieuws. Dit blok zou locatie-afhankelijk zijn waar- door elke nieuwsconsument berichten uit de eigen provincie krijgt. Volgens Schuiteman biedt de CNN- constructie de regionale omroepen en NOS de gewenste flexibiliteit: “Je kunt het publiek bedienen op het moment dat het nodig is.

U treft een enthousiasteling die erin gelooft!

Als je vastzit aan zendblokken in een landelijk uitzendschema dan kan er niet of heel lastig vanuit de regio geschakeld worden. Terwijl dat juist wel interessant is voor de NOS en ons. Zo profiteer je dus optimaal van de samenwerking.” De NOS zou dan bijvoorbeeld niet meer naar alle persconferenties hoeven, omdat er dan een regionale omroep is die dat voor zijn rekening neemt. “Sander Dekker is op de hoogte van dit voornemen”, voegt De Jong toe. “Ik lieg niet als ik zeg dat er bij de staatssecretaris wel enig enthousiasme is voor dit plan. Ik weet niet wat voor tempo hij aan wil houden bij de doorvoering van de integratie, maar wij zijn er klaar voor. Eventuele obstakels op het gebied van techniek zijn allemaal oplosbaar. Dat zal natuurlijk wel even ingewikkeld zijn, maar het moet inhoudelijk en technisch mogelijk zijn om samen te werken. Dat is althans hoe de NOS in de wedstrijd staat. U treft een enthousiasteling die erin gelooft.”

Ook lokaal en regionaal krachten bundelen

Bij samenwerking kan ook gedacht worden aan projecten waarbij op regionaal of lokaal niveau de handen ineen worden geslagen. OLON en ROOS merken dat het aantal initiatieven waarbij incidenteel of structureel wordt samengewerkt groeit. Schuiteman (ROOS): “Het komt inderdaad steeds meer voor. Er is een aantal goede voorbeelden in Twente en Brabant waarbij kranten en omroepen samen hele mooie dingen doen om de regionale journalistiek te verbeteren. En dan gaat het niet alleen om het gezamenlijk verslaan van een evenement, maar ook om journalistiek onderzoek. Zoals de reconstructie van de Facebookrellen in Haren door RTV Noord en het Dagblad van het Noorden.”

Die samenwerking is crossmediaal; OLON heeft momenteel twee pilots lopen waarbij een aantal lokale omroepen zijn krachten bundelen. “Ik juich het toe dat lokale omroepen zich beter organiseren”, vervolgt Schuiteman, “want dat was – met alle respect – nodig. Als de lokale omroepen sterker worden, dan maakt ze dat ook een partij waarmee de regionale omroepen zou- den kunnen en willen samenwerken. Maar dan is het wel van belang dat ze de kwaliteit op niveau krijgen. Ik zou de lokale omroepen willen adviseren het verslaan van het hyperlokale nieuws niet te verwaarlozen in de ambitie zich op te schalen.”

Bij de twee proefprogramma’s wordt gekeken hoe de samenwerking journalistiek, bestuurlijk en technisch in elkaar steekt. Bij het Brabantse initiatief Mediacentrum Peel-Zuid – dat een subsidie van ruim 120.000 euro van het Stimuleringsfonds voor de Pers kreeg – ligt de nadruk op het bestuurlijke aspect. Bij het Regionaal Mediacentrum Twente wordt vooral gekeken naar de technische kant. Het mediacentrum, bestaande uit tien van de elf regionale omroepen die samen verantwoordelijk zijn voor een gebied met ruim een half miljoen inwoners, is vorig jaar gestart met als doel om meer lokaal nieuws en betere radio- en televisieprogramma’s te brengen. “Je merkt dat er meer bereikt kan worden door samen te werken”, vertelt Michel van der Voort, projectleider van het Mediacentrum. “Zo bieden we de meer dan 1000 medewerkers van de omroepen (waarvan een groot deel vrijwilliger is) diverse cursussen en work- shops, realiseren we technisch flinke verbeteringen en wisselen we onderling mensen en middelen uit. Hierdoor gaat de kwaliteit van de uitzendingen omhoog en kunnen we nog beter de kracht van lokale media laten zien.”

Eén van de eerste initiatieven van het samenwerkingsverband is een gezamenlijk radioprogramma dat integraal bij alle omroepen wordt uitgezonden. Elke ochtend is van 7.00 tot 10.00 uur in heel Twente De Ochtendshow te horen. Een programma met interviews, muziek en lokaal nieuws. Alle tien omroepen dragen items aan voor het gezamenlijke programma, hebben een correspondent beschikbaar en produceren een blok met lokaal nieuws. Van der Voort: “Voorheen hadden acht van de tien omroepen ’s ochtends non-stop muziek. Nu hebben ze op die uren een goed ochtendprogramma met lokaal nieuws. Een enorme sprong voorwaarts.” De Ochtendshow is pas het begin, want er zijn al plannen voor verdere uitbreiding van de samenwerking op de radio en ook wordt binnenkort begonnen met televisie.

“Het is uniek wat we hier opzetten”, vervolgt Flip van Willigen, stationsmanager van TV Enschede FM en de ambassadeur van de Twentse samenwerking. De omroep van Enschede werd in 2011 en 2012 uitgeroepen tot lokale omroep van het jaar en wordt beschouwd als het voorbeeld van de lokale omroep van de toekomst. “Iedere inwoner van Twente heeft recht op een lokaal multimediaal media-aanbod met elke dag nieuws uit de eigen woonplaats.

Tien lokale omroepen die samenwerken zonder de lokale kracht te verliezen

Dat kunnen we alleen maar realiseren als er een goede derde publieke omroeplaag is. We willen dat bereiken door samen te werken met elkaar, maar ook lokaal autonoom te blijven. Wij werken daarbij samen met een aantal bedrijven dat er voor zorgt dat wij over de meest moderne technische systemen beschikken, zodat wij ons met name op de inhoud kunnen richten.”

Vanuit het Regionaal Mediacentrum Twente wordt ook gekeken naar mogelijkheden met andere regionale spelers, zoals RTV Oost en de TC Tubantia. “We hebben een gezamenlijk doel, namelijk de journalistiek in Twente op peil houden en verbeteren. Daarbij is samenwerking beter dan elkaar beconcurreren”, aldus Van Willigen. “Zo werd er tijdens 3FM Serious Request afgelopen december al samengewerkt tussen RTV Oost, TV Enschede FM en de TC Tubantia.”

“De samenwerking zoals we die nu hebben opgestart, is een uniek proces”, zegt Van der Voort. “In Nederland zijn we de eerste die met zoveel lokale omroepen structurele samenwerking zoeken. Het is geen eenvoudige opgave om tien afzonderlijke omroepen op één lijn te krijgen. Kijk maar naar Hilversum, waar het ook niet meevalt om de publieke omroepen allemaal dezelfde kant op te krijgen. Dat het in Twente lukt, komt omdat we er allemaal in geloven. Het blijven tien lokale omroepen die samenwerken zonder de lokale kracht te verliezen. Er komt geen nieuwe regionale omroep.”

 

Het aantal regionale samenwerkingsinitiatieven neemt snel toe. Een greep uit de projecten:

Fries Mediafonds

Vanaf dit voorjaar kunnen journalisten en mediabedrijven subsidieaanvragen indienen bij het Fries Mediafonds, dat de komende vier jaar 350.000 euro beschikbaar stelt voor de vernieuwing van de Friese journalistiek en voor onderzoek dat de kennis van de Friese samenleving vergroot. 70% van het totale budget wordt gereserveerd voor innovatieve initiatieven en 30% voor onderzoeksprojecten.

ANP van Brabant

In januari zijn Omroep Brabant en BN De Stem een gezamenlijk mediacentrum begonnen, te vergelijken met het ANP. Een gemeenschappelijke persdienst zal nieuws uit openbare bronnen vergaren. De tijd die de twee redacties overhouden, omdat ze niet allebei bezig zijn met hetzelfde brandje, wordt besteed aan onderzoek, duiding, verdieping en opinie. Het Stimuleringsfonds voor de Pers investeert iets meer dan 140.000 euro in het project. Het streven is dat later ook het Eindhovens en Brabants Dagblad zullen aansluiten.

Documentairefonds Zeeland

Dit fonds is een samenwerkingsverband tussen Omroep Zeeland, de provincie Zeeland, het Prins Bernhard Cultuurfonds en Film by the Sea. Het stelt subsidie beschikbaar voor documentaires over Zeeland; de regionale omroep zal de makers bijstaan bij de productie van hun documentaire, en het eindproduct uitzenden. De provincie Zeeland zal in de periode 2013-2015 jaarlijks 40.000 euro bijdragen aan het fonds. Daar bovenop komt een bijdrage van het Prins Bernhard Cultuurfonds van maximaal 10.000 euro per documentaire.

NDC Hyperlokaal

De Noordelijke Dagblad Combinatie gaat een samenwerking aan met mensen die een (‘hyperlokale’) nieuwssite bijhouden over hun eigen omgeving, om ze te hel- pen met de professionalisering van hun site. Het idee van Marten Blankesteijn ontstond uit gesprekken met lokale ‘concurrenten’. ‘Ik hoorde steeds het- zelfde: het kost veel geld, ze waren veel tijd kwijt met het proberen advertenties te verkopen, wisten niet wat een reële advertentieprijs was, wilden eigenlijk wel een nieuwe site of een appje, enzovoort. En dat zijn nou net dingen waar NDC veel verstand van heeft. NDC regelt de randzaken, zodat de journalisten goede verhalen kunnen schrijven.’ De omzet van de verkoop van de advertenties gaat naar de hyperlokale websites, maar ook NDC verdient een stukje.

Reconstructie Facebookrellen Haren

RTV Noord en het Dagblad van het Noorden werkten samen aan een onder- zoek naar de Facebookrellen in Haren afgelopen september. Dat resulteerde in een twintig minuten durende recon- structie op RTV Noord en een artikel van bijna acht pagina’s in de krant. Voor dit gezamenlijke onderzoek werden de twee media onderscheiden met De Tegel, in de categorie onderzoek.

Leave a Reply


You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*