Journalist zonder beperking

27 februari 2012|Posted in: Interview, Villamedia Magazine

Vier journalisten vertellen hoe hun beperking hen niet in de weg staat.

Bart Frenken (24) werd geboren met een progressieve oogaandoening, waardoor zijn zicht al jarenlang afneemt. Hoewel hij tegenwoordig nog maar 4 procent ziet – en op den duur waarschijnlijk blind zal worden – liet hij zijn journalistieke droom niet varen. Hij werkt als communicatieadviseur bij het UWV en bij huis-aan-huisblad De Betuwe. Onlangs verscheen zijn boek ‘Brekend ijs’. Een inkijkje in het leven van journalisten met een handicap’.

‘Het is altijd spannend hoe mensen reageren op mijn handicap, daarom geef ik voorafgaand aan een interview aan dat ik een visuele beperking heb. Mensen verwachten anders niet dat er een journalist met een blindenstok binnen komt lopen. Over het algemeen reageren mensen positief en vol bewondering op het feit dat ik dit werk doe, maar er zijn ook mensen die niet weten hoe ze op me moeten reageren. Ik heb één keer meegemaakt dat een geïnterviewde zich heel erg zorgen begon te maken over hoe ik na het interview weer naar huis moest komen. Hij was drukker met mijn vervoer dan met ons gesprek.
Ik gebruik mijn slechtziendheid niet bewust als charmeoffensief, maar ik denk wel dat mensen mij eerder zaken toevertrouwen. Doordat de geïnterviewde mij aan het begin van ons gesprek een beetje moet helpen – met het vinden van een zitplaats in een restaurant of het aangeven van de koffie – valt er een bepaalde barrière weg. Het contact is intenser. Ik heb iets van mijn kwetsbaarheid laten zien en ik spoor daarmee onbewust de geïnterviewde aan hetzelfde te doen. Diepgaande interviews over gevoelige onderwerpen vind ik – als ik heel eerlijk ben – het mooiste genre in de journalistiek. Als ik de kans zou krijgen om me daarin te specialiseren dan zou ik die met beide handen aangrijpen. Mijn beperking zou daarbij goed van pas komen; gevoelige onderwerpen zijn voor mij makkelijker bespreekbaar.
Ik ben niet de enige journalist met een handicap die het gevoel heeft dat het ijs tussen mij en de geïnterviewde zo snel breekt door mijn beperking. Een heleboel andere gehandicapte journalisten ervaren dat ook zo, ontdekte ik toen ik hen interviewde. Vandaar de titel van mijn boek “Brekend ijs”.’

Bart Frenken: Brekend ijs, Een kijkje in het leven van journalisten met een handicap, Uitgeverij Boekscout.nl, ISBN 9789461767301,  182 pagina’s, € 17,95

Monique Wijnen (34) is geboren met verkorte armen zonder handen en kortere benen met ‘handige’ voeten. In het dagelijks leven maakt ze daarom gebruik van een rolstoel en haar hulphond Milo. Al bijna acht jaar schrijft ze voor Support Magazine een tijdschrift over het leven, wonen en werken met een lichamelijke beperking. Sinds kort maakt ze – met een aangepast statief op haar rolstoel – ook foto’s.

‘Tegenwoordig maken wij – redacteuren van Uitgeverij Lakerveld – steeds vaker zelf onze foto’s. Ik ben de enige met een lichamelijke beperking, maar als van de andere redacteuren wordt verwacht dat ze foto’s maken dan wil ik dat ook. Als ik had gezegd dat dat voor mij niet mogelijk was, dan was het waarschijnlijk geen probleem geweest. Maar ik heb daar nooit bij stil gestaan en het gewoon gedaan. Een creatieve collega heeft met mij meegedacht. Aan een elektrische beugel op mijn rolstoel – die ik omhoog en omlaag kan bewegen – heb ik een klem voor mijn camera bevestigd. Daar bovenop zit een balhoofd zodat ik mijn camera alle kanten op kan bewegen en daar klik ik dan weer een afstandsbediening aan zodat ik met mijn tenen foto’s kan maken.
In mijn schrijfwerk voel ik me eigenlijk niet beperkt, afgezien van het feit dat sommige dingen mij iets meer tijd en energie kosten, maar in mijn fotografie heb ik dat gevoel nog weleens. Dat komt doordat ik niet overal even gemakkelijk naar binnen kan. Op zulke momenten moet ik uit mijn rolstoel en op mijn billen verder. Dan mis ik mijn statief en moet ik werken met tafeltjes. Dat vind ik lastig. Als ik vanuit mijn rolstoel fotografeer merk ik dat ik beperkt ben in de hoek die ik kan kiezen. Het is niet altijd gemakkelijk om het mooiste en beste plekje te vinden. Ik kan niet zoals andere fotografen ondersteboven hangen en in hoekjes kruipen. Je moet je heel vrij voelen en mensen vragen om hun halve huis te verbouwen omdat daar het licht het mooist is en jij daar kan zitten. Dat is nog wel zoeken voor mij, maar het fotograferen is dan ook nog nieuw.’

Petra de Jong (35) is sinds haar geboorte blind. Ze heeft haar eigen tekst- en vertaalbureau De Woordsmederij. Ze vertaalt onder andere teksten van het Nederlands naar het Engels en Roemeens, of andersom. Naast haar schrijfwerk maakt ze radioreportages voor het luistertijdschrift voor blinde en slechtziende ouderen Zienswijs.

‘Laatst stond ik een keer op station Amersfoort na afloop van een bijeenkomst voor tekstschrijvers. Toen zei iemand: “ik zag je op de heenweg wel lopen, maar ik dacht niet dat jij tekstschrijver kon zijn.” Dat was kwetsend. Mensen zien vaak eerst mijn beperking en dan pas kom ik. Ik heb toen ook gevraagd: “hoe ziet een tekstschrijver er volgens jou dan uit? Wat is dat voor iemand?” Ik vind het jammer dat ik op zulke momenten word beoordeeld op het feit dat ik blind ben. Tegelijkertijd zegt dat veel over die mensen.
Het geeft me zo nu en dan wel het gevoel dat ik mij moet bewijzen; dat ik moet compenseren voor mijn beperking en moet laten zien wat ik allemaal wel kan. Ik denk dat iedereen met een beperking dat gevoel heeft. Mensen gaan zo uit van het negatieve en wat ik allemaal niet kan. Dan wil ik het liefst zeggen: “maar dat kan ik wel”. Je moet natuurlijk wel realistisch zijn, maar tegelijkertijd wel blijven denken in mogelijkheden in plaats van in problemen.
Eigenlijk heb ik dezelfde problemen als andere journalisten. Het ene interview loopt wel, het andere niet. Tijdens een interview ondervind ik geen hinder van het feit dat ik blind ben; als je een telefonisch interview afneemt zie je de ander toch ook niet? Toch ga ik graag naar mensen toe. Ik haal daar meer uit dan uit een telefonisch interview. Je hoeft niet te kunnen zien om iemands humeur, lichaamstaal of onzekerheid te kunnen aanvoelen. Door naar iemand toe te gaan kan ik me een beeld vormen van die persoon zonder dat ik een visueel beeld heb.’

Frank van den Muijsenberg (43) was tien jaar geleden werkzaam als sportverslaggever bij het Eindhovens Dagblad toen hij door het noodlot getroffen werd. Van het ene op het andere moment kon hij zijn onderlichaam niet meer bewegen. Na zijn revalidatie is hij weer aan de slag gegaan bij het Eindhovens Dagblad waar hij momenteel werkt op de redactie cultuur.

‘Ik had een compensatiedag van het werk toen ik opeens enorme pijnscheuten in mijn rug kreeg. Die pijn ging op en af. Later op de dag kon ik bijna niet meer opstaan uit mijn stoel en had ik geen gevoel meer in mijn benen. De dienstdoende arts dacht dat het een stressreactie was. Je denkt op zo’n moment geen seconde aan een dwarslaesie, maar uiteindelijk bleek ik een bloeding in mijn ruggenmerg te hebben gehad. Ik heb drie maanden intern in een revalidatiecentrum gezeten en ben daarna nog een jaar in dagbehandeling geweest.
Tijdens mijn revalidatie werd er meteen nagedacht over hoe ik kon terugkeren naar de krant. Er werd door de hoofdredactie uitgesproken: “wij willen dat jij terugkomt op de redactie, als jij dat ook wilt en kunt”. Dat was heel stimulerend. Voordat ik weer aan de slag kon moesten er een aantal praktische aanpassingen in het toenmalige pand van het Eindhovens Dagblad gemaakt worden. Er was gelukkig al een lift, maar bijvoorbeeld nog geen invalidentoilet. Daarbij moest er een nieuwe werkmodus gevonden worden. Hoeveel kon ik nog werken? En kon ik nog dag- en avonddiensten draaien? Dat vroeg niet alleen veel uitzoekwerk van mijn kant, maar ook van mijn collega’s. Opeens moest er rekening gehouden worden met het feit dat ik beperkt inzetbaar was. Ik kon niet meer naar het buitenland, na een wedstrijd voetbalspelers opwachten op de parkeerplaats of met mijn rolstoel de perstribune op. Iedereen heeft zich in dat proces heel positief opgesteld.
Het is een wisselwerking tussen mij en de hoofdredactie geweest. Zij hebben gemerkt dat ik zin had om terug te keren naar de redactie en ik heb gemerkt dat zij mij daarmee wilden helpen. Ik wilde na mijn dwarslaesie gewoon graag blijven schrijven voor de krant, omdat ik niet het type ben dat in een hoekje gaat zitten huilen. Natuurlijk heb ik dagelijks momenten waarop ik me afvraag waarom dit mij is overkomen, maar dan vloek ik een paar keer flink en ga verder.’

 

 

Leave a Reply


You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*